Het toilet op de heuvel

Posted by on aug 23, 2015 in Kamperen | No Comments

Drie uur op een Frans toilet. Dat is geen kleinigheid. Vooral voor een kereltje van vijf want zo oud was ik toen moeder mij die dag in het toilet achterliet en me met angstige ogen toeschreeuwde dat ik er absoluut niet uit mocht komen.

Kamperen is geweldig en ik doe het nog altijd graag, maar toch…er zijn van die herinneringen die je niet snel vergeet.

De kampeerplaats in het dal aan het idyllische meertje ergens in het zuiden van Frankrijk was op zichzelf prima. De bomen roken fris, het zwemwater was warm en de zon had mijn jeugdige bast de uitstraling gegeven van een sappige tomaat. Geen enkele reden tot klagen dus. Behalve het sanitair.

Dat was vreselijk. De stank in de toiletruimte was er niet om uit te houden, het tegelwerk vertoonde allerlei scheuren en barsten en het toilet zelf was niet meer dan een soort gat in de grond waar zelfs onze grote vriend Barney, de dartskampioen, moeite mee zou hebben. Ik kwam er tijdens die vakantie dan ook alleen als er geen enkele andere oplossing was, en dat was op deze bewuste dag klaarblijkelijk het geval.

Het toilet, dat boven op een heuvel stond en uitkeek over de kampeerplaats, was volgens moeder de beste plaats voor haar zoontje.

Nu begrijp ik haar wel, maar toen had ik er moeite mee. Er was tenslotte helemaal niets te doen, want ik had geen enkele aandrang en in die dagen bestond er niet zoiets als Nintendo of een kind-vriendelijke tablet.

Welke moeder sluit haar kind nu op in het sanitair van een Frans kampeerterrein? Geloof me, het was een ultieme daad van liefde.

Het had de hele dag en de nacht daarvoor geregend. Het water kwam met bakken uit de hemel en het lieflijke Franse meertje stond op het punt om te overstromen. Later zag ik dat de kleine bergbeekjes die voorheen voorzichtig van de bergen hadden gesijpeld en waar ik mijn handjes in had gestoken, veranderd waren in woeste rivieren die van de rotsen kletterden en duizenden liters regenwater in het meertje pompten.

Er was geen houden meer aan. Iedereen sloeg op de vlucht en ik werd verbannen naar het toilet op de heuvel.

Mijn moeder, tante en iets oudere broer (vader was drie jaar eerder al uit ons leven gestapt), werkten koortsachtig om onze spullen te redden, de boel op te ruimen en de auto weg te krijgen uit het dal des onheils.

Ik heb er niet veel van meegekregen, behalve dat ik sinds die dag erg gevoelig ben geworden voor vieze toiletruimten. Die vermijd ik als de pest.

Toen mijn moeder me uiteindelijk uit het toilet bevrijdde keek ik mijn ogen uit. Terwijl het water nog altijd genadeloos uit de donkere wolken boven onze hoofden werd uitgestort zag ik dat de camping veranderd was in een gigantische watermassa. Niet iedereen had zijn eigendommen kunnen redden, want hier en daar stak het dak van een caravan boven het water uit. Maar wij waren veilig. Terwijl ik aan de hand van mijn moeder door het water waadde, op weg naar de uitgang van het kampeerterrein en de auto die inmiddels veilig op de berg op ons stond te wachten, vroeg ik me af of de vakantie nu voorbij was.

“Gaan we nu naar huis, Mamma?” vroeg ik angstig terwijl het water tegen mijn buik klotste.

“Wat denk je, kind? Heb je nog niet genoeg gekampeerd?”

Ik schudde boos mijn hoofd.

“Vandaag telt niet mee,” zei ik koppig. “Ik heb vandaag alleen het toilet maar gezien.”